Stand van zaken vuurwerkramp, juni 2001. (Brief van het Openbaar Ministerie en politie)
Stand van zaken vuurwerkramp


Woord vooraf

Politie en Openbaar Ministerie proberen om direct betrokkenen bij een ernstig incident zo goed mogelijk te informeren over de voortgang van het onderzoek. Dat is meer dan een goede gewoonte: wij vinden dat slachtoffers het recht hebben om op de hoogte te blijven van het onderzoek dat wij mede namens hen uitvoeren. Het gaat slachtoffers immers het meest aan.

Normaal informeren wij de slachtoffers in persoonlijke gesprekken. In het geval van de vuurwerkramp is dat, gezien de enorme omvang van de groep, helaas niet mogelijk. Daarom ontvangt u deze brief, waarin de uitkomsten van het politieonderzoek in hoofdlijnen worden gepresenteerd. Ook wordt aangegeven wie het Openbaar Ministerie gaat vervolgen.

De vuurwerkramp in Enschede heeft veel aandacht gehad in de pers. Ook de afgelopen tijd heeft u waarschijnlijk weer veel over het strafrechtelijk onderzoek gelezen, gehoord en gezien. Toch vinden wij het goed om de informatie nog eens voor u, als direct betrokkene, op een rijtje te zetten. Het uitgangspunt is om de informatie zo begrijpelijk mogelijk te brengen. We realiseren ons dat we daarmee niet altijd juridisch volledig zijn.

In deze brief proberen wij alle mogelijke vragen zo goed en volledig mogelijk te beantwoorden. Deze 'maximale openheid' kent ook grenzen. We kunnen nu nog niet alles vertellen, omdat we de informatie eerst aan de rechter willen voorleggen. Het voortijdig naar buiten brengen van informatie kan er toe leiden dat getuigen die nog een verklaring moeten afleggen, beïnvloed worden. Ook moet voorkomen worden dat een verdachte nog voordat de zaak voor de rechter is geweest, in de media al schuldig of onschuldig wordt verklaard.
De belangrijkste opdracht van de politie en het Openbaar Ministerie is om zoveel mogelijk informatie te verzamelen, op basis waarvan de rechter een oordeel kan vormen.

De gebeurtenissen op en na 13 mei 2000 zijn zeer ingrijpend geweest. Wij kunnen slechts hopen dat de informatie die we in deze brief geven, in al haar beperktheid, de direct getroffenen toch kan helpen om de ramp een plaats in hun leven te geven.

Met vriendelijke groet,

R.J. Manschot A.J. Meijboom
Hoofdofficier van Justitie Korpschef Politie Twente
Arrondissementsparket Almelo  






De actuele stand van zaken

Voordat we een overzicht geven van het onderzoek dat is verricht in het kader van de vuurwerkramp, eerst even de laatste ontwikkelingen.

Op donderdag 26 april en vrijdag 27 april zijn er bij de rechtbank in Almelo rechtszittingen die voortvloeien uit het onderzoek naar de vuurwerkramp. Op donderdag 26 april moeten de twee directeuren van S.E. Fireworks voor de rechter verschijnen. Die dag zal de zaak tegen hen echter niet inhoudelijk behandeld worden. Dat betekent dat de feiten waarvan ze verdacht worden - het overtreden van de milieuvergunningen - niet besproken zullen worden. Die dag wordt alleen gekeken of en zo ja, welk nader onderzoek er nog nodig is en welke getuigen gehoord moeten worden. Naar verwachting zal de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen de directeuren dan na de zomerperiode plaats vinden.

Op vrijdag 26 januari is een 33-jarige man uit Enschede aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij het ontstaan van de brand. Hij moet op vrijdag 27 april voor de rechter verschijnen. Dit is een zogenaamde pro forma zitting. Het onderzoek naar de rol van deze man is nog in volle gang. Omdat de man de wettelijk toegestane termijn in voorarrest heeft gezeten, moet er een openbare rechtszitting komen. De officier van justitie zal dan vragen om de zaak aan te houden omdat het onderzoek nog niet is afgerond. De rechtbank beslist dan of de verdachte vast moet blijven zitten tot aan de volgende zitting.

Een rechtszaak is in principe openbaar. Dat betekent dat iedereen op de publieke tribune kan plaatsnemen. In dit geval zal er waarschijnlijk veel belangstelling zijn. Daar wordt natuurlijk rekening mee gehouden. Toch kunnen we misschien niet iedereen die erbij wil zijn een plek bieden. Dat betekent dat de meeste mensen de zaak via de pers zullen volgen.

Het Openbaar Ministerie heeft ook een beslissing genomen over het vervolgen van overheidsinstanties en individuele ambtenaren. Hierover leest u meer onder het kopje 'de resultaten van het bestuurlijk/milieu-onderzoek'.

We zetten nu het strafrechtelijk onderzoek voor u op een rijtje, te beginnen op de dag van de ramp.

Het strafrechtelijk onderzoek

In de eerste, moeilijke dagen na 13 mei zijn politie en Openbaar Ministerie al begonnen met het onderzoek naar de oorzaak van de ramp en de mogelijkheid van brandstichting. De politie heeft er bijvoorbeeld meteen voor gezorgd dat sporen op het verwoeste terrein veilig gesteld werden.

Veel mensen hebben zich afgevraagd waarom de twee directeuren van S.E. Fireworks niet meteen aangehouden zijn. In het strafrecht is het zo dat er eerst een verdenking, een redelijk vermoeden van schuld, moet zijn. Die verdenking kwam in de loop van de eerste week na de ramp. Daarop zijn de directeuren aangehouden. Zij worden er van verdacht dat ze opzettelijk milieuregels hebben overtreden. Op dit feit staat een maximale gevangenisstraf van zes jaar.
De directeuren zijn aangehouden en hebben tot 9 augustus vorig jaar in voorlopige hechtenis gezeten. Op die dag heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis geschorst. De directeuren mochten terug naar hun gezin, maar moesten zich vanaf dat moment wel aan strenge voorwaarden houden. Ze zijn beperkt in hun vrijheid om te reizen of contact met anderen te onderhouden.

In de eerste week na de ramp zijn ruim honderd mensen aan de slag gegaan met het onderzoek. Dit zijn niet alleen medewerkers van de politie Twente, maar ook van andere politiekorpsen, opsporingsdiensten en onderzoeksorganisaties. Het onderzoek richt zich op de vraag: zijn er mensen die de wet hebben overtreden waardoor deze ramp ontstaan is? In het onderzoek staan de volgende vier vragen centraal:

  • Hoe is op 13 mei 2000 de eerste brand op het terrein van S.E. Fireworks ontstaan?
  • Hoe heeft de brand zich kunnen ontwikkelen tot de uiteindelijke omvang?
  • Hoe is het mogelijk dat de (laatste) ontploffingen zo krachtig zijn geweest?
  • Hoe heeft de overheid gehandeld ten aanzien van vergunningverlening en het toezicht op de naleving van de vergunningsvoorschriften?

Het onderzoek is onderverdeeld in vier projecten.

  1. Technisch onderzoek: het technisch onderzoek moet meer duidelijkheid geven over de toedracht en de volgorde van de gebeurtenissen op die 13e mei. Binnen dit onderzoek zijn allerlei sporen verzameld en onderzocht.
  2. Financieel-economisch onderzoek: hierin wordt gekeken hoeveel en wat voor soort vuurwerk er opgeslagen lag bij S.E. Fireworks.
  3. Bestuurlijk/milieu-onderzoek: binnen dit onderzoek wordt gekeken hoe de milieuvergunning van S.E. Fireworks tot stand gekomen is en hoe het toezicht daarop geregeld was. Het rechercheteam kijkt hierbij ook naar de rol van overheidsdiensten, zoals die van defensie, de gemeente en individuele ambtenaren.
  4. Tactisch onderzoek: dit onderzoek richt zich vooral op de vraag waardoor de eerste ontbranding is ontstaan en of er vlak voor of ten tijde van de eerste ontbranding mensen op het bedrijfsterrein van S.E. Fireworks waren.

De resultaten van het technisch onderzoek

Hoe is de brand ontstaan en wat is er daarna gebeurd, hebben er bijvoorbeeld explosieven gelegen? Dat zijn belangrijke vragen in het technisch onderzoek. De Technische Recherche van de politie Twente heeft hiervoor met meerdere onderzoeksinstanties samengewerkt.
Om een antwoord te krijgen op de vraag wat er nu precies gebeurd is, werd het Nederlands Forensisch Instituut (NFI, het vroegere Gerechtelijk Laboratorium) ingeschakeld. Net zoals bij andere gebeurtenissen is ook het rampterrein centimeter voor centimeter doorzocht op sporen. Een enorme klus, door de omvang en de verwoesting van het terrein waar het vuur en de explosies veel sporen hadden uitgewist.
Op het rampterrein, in de directe omgeving en veel verder weg zijn sporen veiliggesteld:
delen van vuurwerk, grondmonsters, restanten van containers en stukken beton van de verwoeste gebouwen. Hiervoor zijn direct na de 13e mei vier weken lang ongeveer dertig mensen (technisch rechercheurs en medewerkers van het SFOB, Samenwerkingsverband Forensisch Onderzoek Bomexplosies) op de rampplek bezig geweest.
Vervolgens begon een nog grotere klus: het analyseren van al dat verzamelde materiaal. Hierbij heeft het NFI hulp ingeroepen van het Prins Maurits Laboratorium van TNO en van Engelse en Duitse specialisten.
Omdat het onderzoek zo ingewikkeld was en zeer grondig moest worden uitgevoerd, heeft het lang geduurd voordat de uitkomsten binnen waren.

De Technische Recherche van de politie Twente is er samen met het NFI en TNO in geslaagd om de gebeurtenissen van die 13e mei op een rijtje te zetten, zodat er antwoord gegeven kan worden op de vraag hoe de ramp zich ontwikkeld heeft.

Reconstructie op basis van het materiaal zoals dat op dit moment beschikbaar is:

12.00 uur: uit een luchtfoto blijkt dat op dat moment naar alle waarschijnlijkheid niemand aanwezig was op het terrein.
14.45 uur: Door omwonenden wordt vuurwerk in de lucht boven het bedrijf gesignaleerd.
15.01 uur: eerste melding van de brand.
15.08 uur: brandweer ter plaatse. Er is brand op het terrein in C2, de ruimte waarin het vuurwerk gemonteerd wordt. Er was in deze ruimte ook vuurwerk opgeslagen. Dat vuurwerk vat vlam en ontploft. Het vuurwerk komt op verschillende plekken op het terrein terecht en veroorzaakt kleine brandjes.
15.16 uur: het vuur in C2 is al snel onder controle.
15.18 uur: er komt rook uit vuurwerkbunker C4, naast de werkplaats. Daar klinkt fluitend vuurwerk. Waarschijnlijk is de brand uit de werkplaats (C2) overgeslagen naar bunker C4 door een gat in de muur waar de waterleiding doorliep.
15.33 uur: terwijl de brandweer druk is met het blussen van C4, verspreiden zich vanuit C4 brandjes over het terrein. Op dat moment ontploft zeecontainer E2. Naast de container is een braakliggend stukje grond, dat vanaf het hoofdterrein nauwelijks te zien is. Daar staat een aanhangwagen die vlam vat, naar alle waarschijnlijkheid door vuurwerk uit C2.
Uit het technisch onderzoek blijkt dat het vuur naast zeecontainer E2 al geruime tijd brandt, voordat de wand van de zeecontainer zo verhit is dat het vuurwerk in de container explodeert.
15.34 uur: Na de explosie van de zeecontainer E2 ontploffen de Mavoboxen. Boven het bedrijf hangt een vuurbal van 85 meter, die zorgt voor veel schade in de omgeving.
15.35 uur: het hele bedrijf en de directe omgeving exploderen. Er ontwikkelt zich een vuurbal van 135 meter. Er zijn grote verwoestingen tot in de verre omgeving.

Hoe is het vuur ontstaan?

In het door het NFI uitgebrachte technisch rapport wordt geen duidelijk antwoord gegeven op de vraag hoe de eerste brand is ontstaan. Hierbij moet opgemerkt worden dat het NFI zich alleen uitspreekt over technische aanwijzingen die gevonden zijn voor het ontstaan van de brand. Het NFI sluit een aantal mogelijke oorzaken nagenoeg uit.

  • Zelfontbranding: er zijn, ook internationaal, geen gevallen bekend van vuurwerk dat uit zichzelf tot explosie komt. Deze mogelijkheid wordt dan ook uitgesloten.
  • Mobiele telefoons: het is zeer onwaarschijnlijk dat het vuur is ontstaan door inductie van mobiele telefoons.
  • Lichtkoepels: de kans dat de lichtkoepels boven op de bewaarplaats als vergrootglas hebben gewerkt, wordt uitgesloten. Dat geldt ook voor eventuele brillen die in de werkruimte gelegen zouden kunnen hebben.
  • Explosieven: politie en Openbaar Ministerie zijn er op basis van onderzoek van overtuigd dat de brand niet is veroorzaakt door de aanwezigheid van explosieven.
  • Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor werkzaamheden op het bedrijf op het moment van het ontstaan van de eerste brand. Het is niet uit te sluiten dat de brand in de montageruimte is veroorzaakt door eerdere werkzaamheden of door gebrek aan arbeidsveiligheid.
  • Voor zover nog onderzocht kon worden (in verband met de zware verwoesting van het terrein) zijn geen sporen gevonden van sabotage of defect aan installaties of apparatuur.

Zoals gezegd, de rol van de 33-jarige Enschedeër bij het ontstaan van de brand wordt nog onderzocht. Er zijn bij het technisch onderzoek echter geen concrete sporen van brandstichting gevonden op het rampterrein. Het is mogelijk dat eventuele sporen door de explosie verwoest zijn. Daarom kan nog niets met zekerheid worden gezegd over hoe die eerste brand is ontstaan.

De resultaten van het financieel-economisch onderzoek

Hoeveel en wat voor soort vuurwerk lag er bij S.E. Fireworks? Daarom gaat het in het financieel-economisch onderzoek.
Omdat tijdens de explosies ook het grootste deel van de administratie van S.E. Fireworks is vernietigd, moest via leveranciers en afnemers in kaart worden gebracht wat er in het bedrijf aanwezig was. Die leveranciers en afnemers zitten voor een groot deel in het buitenland. Om dan aan die gegevens te komen, vraagt justitie het betreffende land mee te werken aan het onderzoek. Dat heet een rechtshulpverzoek. Er zijn ruim 150 rechtshulpverzoeken naar meer dan 20 landen over de hele wereld uitgegaan. Omdat niet met ieder land een verdrag is afgesloten over rechtshulp, verloopt niet ieder verzoek even snel en soepel. Landen waarmee geen verdrag afgesloten is, zijn bijvoorbeeld China en Hongkong. Het merendeel van de verzoeken aan het buitenland is afgerond.
In Nederland zijn 1100 bevelen tot uitlevering gedaan; dat betekent dat een bedrijf zijn administratie moet afgeven. Dit Nederlandse deel is zo goed als afgerond.
Op basis van al deze administraties kan voor ongeveer 90 procent worden achterhaald wat er moet hebben gelegen en dat geeft een voldoende betrouwbaar beeld. Het is zeer aannemelijk dat er op 13 mei 2000 een totale voorraad vuurwerk van ruim 170 ton lag op het terrein van S.E. Fireworks.
In dit onderzoek hebben de rechercheurs ook mogelijke illegale verkooppraktijken nagetrokken: er zijn aanwijzingen dat er evenementenvuurwerk aan particulieren is verkocht en dat niet alle verkopen in de boekhouding zijn verantwoord.

De resultaten van het bestuurlijk/milieu-onderzoek

In dit onderzoek is gekeken hoe de vergunningverlening en de controle op de naleving van de vergunning aan S.E. Fireworks in zijn werk is gegaan.
De afgelopen tijd is veel gesproken over de verantwoordelijkheid van onder meer de gemeente. Daarom is het goed nog eens uit te leggen met welke bril het Openbaar Ministerie naar de feiten kijkt. Dat is een heel specifieke bril. Het gaat dan niet om de vraag of de burgemeester en de wethouders hun zaken wel goed op orde hadden. Dat is een vraag die bij de gemeenteraad thuishoort en waarover de Enschedese raad inmiddels heeft gedebatteerd.
Het Openbaar Ministerie heeft tot taak zich af te vragen of de gemeente, burgemeester en wethouders of individuele ambtenaren strafbare feiten hebben gepleegd. Bij het beantwoorden van die vraag speelt een uitspraak van de Hoge Raad (het hoogste rechtscollege in ons land) een belangrijke rol. Het voert te ver om dit helemaal uit te leggen. In het kort komt het erop neer dat in het zogenaamde Pikmeer 2-arrest staat dat overheden niet kunnen worden vervolgd als ze de fout ingaan bij het nemen van beslissingen die uitsluitend kunnen worden genomen door de overheid. Bijvoorbeeld de beslissing tot het verlenen van een vergunning of het houden van toezicht horen daartoe.
Het Openbaar Ministerie heeft na grondig beraad besloten om geen vervolging in te stellen tegen de gemeente of tegen individuele ambtenaren. Het eerder genoemde Pikmeer 2-arrest staat vervolging van de gemeente in de weg. Aan de vraag of de gemeente strafbare feiten heeft gepleegd, komt het Openbaar Ministerie dus niet toe.
Het Openbaar Ministerie zal geen individuele ambtenaren vervolgen, omdat hun handelingen heel sterk verweven zijn met het gemeentelijk beleid rond de vuurwerkbranche.

In het kader van het milieu-onderzoek is gekeken naar de aard en het gedrag van het vuurwerk dat op het bedrijfsterrein aanwezig is geweest. Op elke doos vuurwerk staat aangegeven hoe gevaarlijk dat vuurwerk is. Van een aantal stukken evenementenvuurwerk is inmiddels vastgesteld dat het veel gevaarlijker is dan op de doos stond aangegeven. Het NFI constateert op basis van de vastgestelde effecten van de laatste twee explosies dat bij S.E. Fireworks waarschijnlijk vuurwerk uit de gevarenklasse 1.1., de zwaarste categorie, aanwezig is geweest. Vuurwerk van deze categorie is massa-explosief. Dit betekent dat er sprake is van een explosie die praktisch op hetzelfde ogenblik plaatsvindt in nagenoeg de hele lading.

De resultaten van het tactisch onderzoek

Is de brand aangestoken, waren er mensen op het terrein van S.E. Fireworks? Dit zijn de vragen waar het om gaat in het tactisch onderzoek.
Om een beeld te krijgen wie er allemaal in de buurt van of op het terrein van S.E. Fireworks zijn geweest die bewuste zaterdag is door de politie eerst gesproken met de hulpverleners die er onmiddellijk na de brand en de explosies bij waren. In totaal zijn honderden verklaringen opgenomen van deze mensen.
Verder is ook met de gewonden gesproken. Daarvoor zijn zo'n 2000 mensen benaderd. Met ongeveer 700 mensen uit deze groep is naderhand nog persoonlijk gesproken. In de periode juli tot en met december 2000 is hier door acht rechercheurs continu aan gewerkt.
Er zijn in totaal ruim 350 tips binnengekomen bij de politie, ook nadat de tv-programma's Onder de Loep en Opsporing Verzocht zijn ingeschakeld. Deze tips zijn grondig onderzocht. Zo hebben we bijvoorbeeld moerasgas of bommen uit de Tweede Wereldoorlog kunnen schrappen als redenen voor de explosies. Er zijn veel geruchten geweest over militaire voertuigen op het bedrijfsterrein en in de straat. Ook deze voertuigen kunnen niet in verband worden gebracht met het ontstaan van de ramp.
De vijfhonderd autowrakken die in het rampgebied stonden zijn allemaal onderzocht op aanwijzingen. Rechercheurs hebben gekeken of deze auto's ergens onverklaarbaar geparkeerd stonden om ook langs die weg een beeld te vormen van wie waar was en waarom. Dit deel van het onderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd.
Het volledige telefoonverkeer in het rampgebied van die zaterdagmiddag is in kaart gebracht. Alle meldingen bij de verschillende 112-centrales zijn nagetrokken. Enkele honderden mensen zijn hiervoor benaderd met de vraag of ze misschien iets ongewoons hadden gezien. Al deze informatie is onderzocht.
Heel veel mensen hebben beeldmateriaal, foto's en films, beschikbaar gesteld voor het rechercheonderzoek. Rechercheurs hebben al dit materiaal bestudeerd in de hoop er aanwijzingen uit te kunnen halen. De beelden waren ook heel nuttig voor de reconstructies van de brand en de kracht van de explosies, in het technische deel van het onderzoek.
Natuurlijk is in dit tactische rechercheonderzoek ook heel goed gekeken naar de praktijken van het bedrijf S.E. Fireworks en de werknemers. Hoe zat het met werken op zaterdag en hoe ging men om met veiligheid? Dat zijn voorbeelden van vragen die hierbij zijn gesteld. Uit het beeld dat daarvan tot nu toe is ontstaan blijkt dat het niet waarschijnlijk is dat er op die zaterdag gewerkt is.

Momenteel vindt er nog volop tactisch onderzoek plaats rond de mogelijke betrokkenheid van de 33-jarige man bij het ontstaan van de brand. De politie heeft inmiddels verklaringen opgenomen van mensen uit de omgeving van deze man.

Waar draait het om in een strafrechtelijk onderzoek?

Het strafrechtelijk onderzoek naar de vuurwerkramp staat nog altijd volop in de belangstelling. De slachtoffers, de pers, iedereen wilde afgelopen maanden weten hoe het nu verder zou gaan.
Op dit moment is dus duidelijk dat de directeuren zich voor de rechter zullen moeten verantwoorden voor hun handelen en dat er nog onderzoek loopt rond de man die wordt verdacht van brandstichting.
Toch is goed om het volgende nog even te stellen: de mensen die zich voor de rechter moeten verantwoorden, kunnen in de ogen van het Openbaar Ministerie strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld. Het Openbaar Ministerie moet zich daarbij houden aan feiten die strafbaar gesteld zijn en ook bewezen kunnen worden. Dit betekent niet dat deze mensen als enige verantwoordelijkheid dragen voor het ontstaan van de ramp.
Acht Rijksinspecties hebben, ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, onderzoek gedaan naar de ramp. De rapportages zijn in januari bekend gemaakt.
Verder is onmiddellijk na de ramp door de gemeente, de provincie en het rijk, besloten dat er een heel breed onderzoek moest komen naar de oorzaak van de ramp. Dat strekt zich verder uit dan de vragen waar politie en justitie aan werken. Voor dat onderzoek is de Nationale Commissie Onderzoek Vuurwerkramp (commissie Oosting) in het leven geroepen. Deze commissie heeft in haar eindrapport geconcludeerd dat de verantwoordelijkheid voor de ramp uiteindelijk bij verschillende partijen ligt. Het resultaat van de bevindingen zou kunnen zijn dat er landelijk verscherpte afspraken komen over bijvoorbeeld vergunningverlening en de controle op vuurwerkbedrijven en andere bedrijven die gevaar op kunnen leveren.

Heel veel onderzoek

Teams die grote rechercheonderzoeken doen, krijgen bij de politie Twente altijd een eigen naam. Het onderzoek naar de ramp in Enschede is gedaan door het Tolteam. Het is een rechercheonderzoek dat door z'n omvang uniek voor Twente genoemd mag worden. Het heeft geresulteerd in een proces verbaal dat zo'n 37 ordners beslaat. Voor het eerst is het dossier ook op een DVD-schijf gezet. Dat stelt de rechters, officieren van justitie en raadslieden in staat om de informatie straks in de rechtszaal snel via een laptop op te zoeken.

Informatie

Deze brief bevat alle informatie die we op dit moment kunnen vertellen. Meer openheid van zaken is nu nog niet mogelijk. Heeft u behoefte aan contact met de politie of met het Openbaar Ministerie, dan kunt u schrijven naar:

Openbaar Ministerie Politie Twente
Arrondissementsparket Almelo Tolteam
Voorlichting vuurwerkramp postbus 14
Antwoordnummer 715 7500 AA Enschede
7600 WB Almelo  
(geen postzegel nodig)  

emailadres:

omalm@alm.minjust.nl

Privacy bescherming

Uiteraard beschikken de politie Twente of het Arrondissementsparket Almelo niet over de adresgegevens van u als slachtoffer. Om de verspreiding van deze brief mogelijk te maken, is medewerking verleend door het Informatie & Adviescentrum (IAC) van de gemeente Enschede. Van hen hebben wij eenmalig de adressen gekregen. Ter bescherming van uw privacy zijn deze gegevens weer teruggegaan naar het IAC. Wij danken het IAC voor hun medewerking.

 

terug