de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Onderwerp Aanbieding van de rapportages van de rijksinspecties inzake het onderzoek naar de vuurwerkramp in Enschede Zoals bekend onderzoekt een onafhankelijke commissie in opdracht van het rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Enschede de vuurwerkramp, die op zaterdag 13 mei in Enschede plaatsvond. De Commissie Onderzoek Vuurwerkramp (COV) heeft onlangs bekend gemaakt dat zij op 28 februari 2001 haar rapport zal aanbieden. De regering zal daarna aan de Tweede Kamer berichten welke gevolgtrekkingen  zij aan de bevindingen van de commissie verbindt. Daarnaast hebben acht rijksinspecties - elk op grond van zijn specifieke taakopdracht - onderzoek verricht naar deze ramp. In het Plan van Aanpak afstemming inspectieonderzoeken, aangeboden aan de Tweede Kamer op 9 juni 2000 (TK 1999/2000, 27157, nr.3) is beschreven op welke wijze de onderzoeken van de acht rijksinspecties naar de vuurwerkramp in Enschede van 13 mei 2000 vorm zouden krijgen. Daarbij werd ingegaan op de samenwerking en afstemming tussen de betrokken rijksinspecties. In het plan van aanpak is aangegeven, dat de onderzoeksresultaten in twee fasen zouden worden gepubliceerd. Het onderzoek van de inspecties naar het verloop en de omstandigheden van de vuurwerkramp is gestart met het maken van een gezamenlijke reconstructie van de relevante activiteiten en gebeurtenissen. Deze reconstructie bestaat uit een inventarisatie van de door de onderzoekers relevant geachte feitelijke gebeurtenissen met betrekking tot de ramp, waarbij geen nadere verklaring en/of achtergrondinformatie wordt gegeven. Elke inspectie heeft daartoe voor zijn taakveld een of meerdere deelreconstructie(s) opgesteld. Met mijn brief van 6 november 2000 (TK 1999/2000, 27157, nr. 11) heb ik de gezamenlijke reconstructie van de rijksinspecties inzake de vuurwerkramp aangeboden. Datum 15 januari 2001 Ons kenmerk ES2000/102923 Onderdeel DGOOV/ Project Vuurwerkramp Inlichtingen B. Berenbak T (070) 426  7017 F (070) 426 6990 Uw kenmerk Blad 1 van  2 Aantal bijlagen 1 Bezoekadres Schedeldoekshaven 200 2511 EZ  Den Haag Postadres Postbus 20011 2500 EA  Den Haag
www.13mei2000.nl
Index van dit rapport
Datum 15 januari 2001 Ons kenmerk ES2000/102923 Blad 2 van  2 De volgende fase in het plan van aanpak bestond uit de totstandkoming en publicatie van de rapportages - inclusief analyse en conclusies - van de diverse inspecties. Ingevolge de procedure van hoor en wederhoor is een aantal van de concept- inspectierapporten eerst voorgelegd aan de bestuurlijke autoriteiten van de gemeente Enschede, de provincie Overijssel, de regionale brandweer Twente, de regiopolitie Twente en het bestuur van de GHOR-regio Twente. Dit is geschied met de rapporten van de Inspectie Milieuhygiëne, de Inspectie Ruimtelijke Ordening, de Inspectie Volkshuisvesting, de Arbeidsinspectie, de Inspectie Politie, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Inspectie Brandweerzorg en Rampenbestrijding. Deze rapporten hebben betrekking op het functioneren van genoemde bestuurlijke autoriteiten of de daaronder ressorterende diensten. Bovengenoemde procedure had tot doel de genoemde instanties in staat te stellen de door de rijksinspecties geconstateerde feiten te vergelijken met de feitelijke informatie die hen ter beschikking staat. De conclusies en aanbevelingen uit de rapporten zijn hierbij uiteraard niet aan de orde geweest. De afgelopen dagen is de procedure hoor en wederhoor afgerond. Thans bied ik u, mede namens de betrokken bewindspersonen, de definitieve rapporten van de rijksinspecties aan. In het Algemeen Overleg met de Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 12 december j.l. heb ik medegedeeld, dat het kabinet na het afronden van de inspectierapportages meteen tot publicatie zal overgaan, in verband met het grote publieke belang om van de rapportages zo snel mogelijk kennis te kunnen nemen. Het kabinet zal zijn eigen reactie op de bevindingen van de rijksinspecties in het kabinetsstandpunt over het rapport van de Commissie Onderzoek Vuurwerkramp verwerken. Dit houdt in, dat het kabinet tot dat moment geen reactie geeft op de voorliggende inspectierapporten. Indien echter in de tussentijd blijkt, dat er op grond van de voorliggende onderzoeksinformatie van overheidswege onmiddellijk maatregelen getroffen moeten worden, zullen deze worden genomen. DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES, K.G. de Vries
www.13mei2000.nl